Cochleaire Doofheid

Doofheid komt in meerdere vormen voor en kan verschillende oorzaken hebben. Door een ontsteking kan er sprake zijn van een verstopping van de uitwendige gehoorgang of er treedt doofheid op als gevolg van ouderdom (bij honden ouder dan 12 jaar). Daarnaast bestaat er doofheid als gevolg van een erfelijk bepaalde afwijking, de zogenaamde congenitale doofheid of in zijn specifieke vorm ook wel cochleaire doofheid genoemd.

Cochleaire doofheid wordt veroorzaakt, doordat de zintuigcellen die de trillingen in het slakkenhuis moeten omzetten in zenuwimpulsen afsterven. De afsterving van deze zintuigcellen is een gevolg van een degeneratie van de bloedvaten die deze zintuigcellen van bloed, en de zich daarin bevindende noodzakelijke stoffen, moeten voorzien. En de degeneratie van de bloedvaten is vermoedelijk een gevolg van het niet aanwezig zijn van pigmentcellen in het middenoor. Tijdens de embryonale ontwikkeling van de hond spelen deze pigmentcellen een cruciale rol in de ontwikkeling van de gehoorfunctie van het oor. Zijn deze pigmentcellen niet aanwezig dan zullen de zintuigcellen, die niet voorzien worden van voldoende bloed, afsterven. Dit begint direct na de geboorte en is op een leeftijd van 5 à 6 weken voltooid. Hierdoor is er geen mogelijkheid meer dat zenuwimpulsen worden gegeven aan de hersenen en vindt dus geen geluidswaarneming meer plaats.

Deze pigmentcellen worden onderdrukt bij honden met een witte kleur, die veroorzaakt wordt door de zogenaamde piebald en merle genen. De merle factor kennen we van rassen als de Schotse Herdershond en de Australian Shepherd. Hiervan is bekend, dat uit een paring van 2 merle honden,pups worden geboren, die allemaal doof zijn.

De aanwezigheid van het piebald gen zien we bij de Dalmatische Hond en de Bull Terriër. Ook binnen deze rassen komt cochleaire doofheid voor. Maar ook bij de Australian Cattle Dog, Argentijnse Dog, de Border Collie, de Boxer, de Engelse Setter, de Old English Sheepdog en de Shetland Sheepdog. Cochleaire doofheid kan eenzijdig en beiderzijds voorkomen. Een dove pup is meestal nog wel te herkennen, in tegenstelling tot een eenzijdig dove pup. Fokkers kunnen deze eenzijdig dove honden er meestal nog wel uithalen, maar voor een leek wordt dat moeilijk, omdat een dergelijke hond nog heel goed kan functioneren. Sedert een aantal jaren kan d.m.v. de BEAR-test worden vastgesteld of de hond wel of niet doof is.

Afhankelijk van de populatie en de omvang van de doofheid binnen de verschillende families in een populatie, worden door de verschillende rasverenigingen al dan niet eenzijdige dove honden van de fokkerij uitgesloten. Voor alle rassen geldt dat niet gefokt mag worden met beiderzijds dove honden.

BAER-test:

Bear is de Brainstem Auditory Evoked Response (hersenstam auditief opgewekte reactie)-test: testen van het gehoorzenuwstelsel. Middels deze test wordt op een leeftijd vanaf 6 weken vastgesteld of een hond doof is of niet. Om storing op de apparatuur door kauwspieren uit te sluiten krijgt de hond voor het onderzoek een klein roesje. Het onderzoek zelf is pijnloos. Bij deze test worden 3 elektroden onderhuids aangebracht en wordt een oordopje geplaatst in de uitwendige gehoorgang t.b.v. de geluidsproductie. Op een beeldscherm kan vervolgens worden gezien of bij het produceren van geluid hersenactiviteit wordt waargenomen of niet en daarmee staat vast of de hond aan één kant of aan beide kanten doof is. De BAER-test wordt door de Raad van Beheer en de FCI erkend. De 

GGW-onderzoek RvB

Aan alle leden van bij de Raad van Beheer aangesloten rasverenigingen, fokkers en overige belanghebbenden.

Betreft: GGW-onderzoek naar gebruik van sedatie door dierenartsen bij het maken van heupfoto’s

1. Aanleiding

De FCI Breeding Committee heeft haar leden enige tijd geleden laten weten dat bij röntgenopname voor het screeningsonderzoek naar heupdysplasie (HD), de hond onder sedatie of narcose moet worden gebracht. Dit om de uitvoering en standaardisatie van het HD-onderzoek te optimaliseren. Tevens zal sedatie van alle honden mogelijke onrust bij hondeneigenaren wegnemen over verschillen in HD-status die zouden kunnen optreden tussen wel en niet gesedeerde honden.

De Raad van Beheer dient zich als lid van de Fédéeration Cynologique Internationale (FCI) te conformeren aan de richtlijnen voor het screeningsonderzoek om de internationale FCI-erkenning van de HD-uitslag te behouden. De nieuwe regel vraagt derhalve om een aanpassing van het GGW-onderzoeksprotocol aan deze FCI-richtlijn. Voordat de Raad van Beheer overgaat tot eventuele aanpassing van het protocol, wil zij eerst een aantal zaken rondom de huidige praktijk van het gebruik van sedatie bij de röntgenopnamen in Nederland helder krijgen. Daarom start de afdeling Gezondheid, Gedrag & Welzijn van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied een onderzoek naar het gebruik van sedatie of narcose door Nederlandse dierenartsen.

Momenteel geldt dat het ter beoordeling van de dierenarts is om in te schatten of voor het maken van een goede röntgenopname het nodig is de hond te sederen. Omdat het gaat om gezonde jong- volwassen dieren, waarbij gebruik kan worden gemaakt van veilige, kortwerkende middelen, maken veel dierenartsen al bij voorkeur röntgenopname bij de gesedeerde hond. Wanneer en hoe vaak dierenartsen wel of geen gebruik maken van sedatie is echter niet bekend.

2. GGW- Onderzoek naar sedatie bij röntgenopnames

Allereerst zal in de komende maanden worden onderzocht in hoeverre in andere FCI landen regels voor verplichte sedatie of narcose voor het maken van de röntgenfoto’s van kracht zijn.

Ook zal worden gevraagd in hoeverre bij een dergelijke verplichting wordt omgaan met bijvoorbeeld Collie-achtigen, waarbij bekend is dat zij gevoelig zijn voor bepaalde sedatie middelen.

Daarnaast wordt in de komende maanden onderzocht hoeveel Nederlandse dierenartsen rashonden met of zonder sedatie fotograferen. Hiervoor is het HD-onderzoeksformulier uitgebreid met een aantal keuzevakjes die de dierenarts eenvoudig kan aanvinken. Als er gebruik wordt gemaakt van sedatie wordt de dierenarts gevraagd het gewicht van de hond en de hoeveelheid en het sedatie-middel in te vullen.

Voorlopig merkt u als vereniging niks van deze wijzigingen, alleen eventueel als hondenbezitter dat bij de dierenarts het formulier is aangepast. Begin 2011 zal het onderzoek worden afgerond. Zodra de resultaten bekend zijn zal de Raad van Beheer zich beraden over verdere stappen. We houden u op de hoogte.

back to top

   resultaten van de test worden vastgelegd in een officieel onderzoeksrapport 'Cochleaire doofheid'.kst past u aan door erop te klikken.